Fototips

Fototips

 
Betere foto’s voor een mooiere tekening

Het eindresultaat van de tekening wordt bepaald door de fotokwaliteit. Het is dus echt de moeite waard om goede foto’s aan te leveren, want daardoor heb je jarenlang plezier van een mooiere tekening. Je kunt de fototips gebruiken als je foto’s gaat maken, maar ook om de juiste foto’s te kiezen. Een goede foto:

  • Heeft een groot bestandsformaat (2 Mb of groter)
  • Is scherp, met name de ogen en de snuit
  • Is niet onder- of overbelicht
  • Laat het dier zien zoals het écht is (typische blik, houding, etc.)

Om je op weg te helpen laat ik een aantal voorbeeldfoto’s zien. Mijn model is poes Vlinder, maar alle uitleg is ook van toepassing op honden.


Fotografeer het dier buiten bij zacht licht

Het beste licht heb je bij licht bewolkt weer. Op een zonnige dag maak je foto’s ‘sochtends in de schaduw. Binnen in huis heb je veel meer kans dat je foto’s onscherp en bewogen zijn of je hebt meer kans op donkere foto’s en ruis.

De manier waarop het licht op het dier valt is ook belangrijk. Bij voldoende zacht licht zijn de ogen open en zie je een mooie glans in de ogen. Vermijd hard licht, dus gebruik géén flitslicht en maak geen foto’s in de zon.


Als je kat niet naar buiten mag

Door gebruik te maken van een groot raam kun je van een kat die niet naar buiten mag toch mooie foto’s maken. Ga zelf naast het raam staan, niet ervoor. Laat de kat richting het raam kijken of laat iemand buiten de aandacht trekken.


Kies de juiste instellingen van je camera

Kies bij camera-instellingen het grootste bestandsformaat. Een foto maakt je in het grootste formaat dat met je camera mogelijk is. Kies de meeste pixels en de hoogste kwaliteit (superfine). Alleen als het bestand groot genoeg is kan het bijgesneden worden.

Kies de juiste afstand. Bij een camera met een groothoeklens sta je dichtbij, maar lijkt het dier ver weg. Als je té dichtbij gaat krijg je vervorming. Een goede afstand om foto’s te maken is doorgaans 1 tot 2 meter van het dier. Heb je een camera met tele-zoomlens? Zoom dan in tot een brandpuntsafstand tussen 70 mm tot 100 mm en pas je eigen afstand ten opzichte van het dier aan zodat je een goede compositie hebt.

De belichting kun je instellen. De standaard belichtingsmeting is matrix: het hele beeldvlak. Als dit over- of onderbelichting geeft kun je de instelling wijzigen in centrum- of spotmeting, zodat je de belichting kunt meten op het dier. Om de belichting te corrigeren kun je ook de belichting bijstellen (+ of -). Een foto is overbelicht als in het wit niets te zien is en onderbelicht als in het zwart geen details zichtbaar zijn.

N.B. Als je een dier hebt met een zwart-witte vacht, stel de belichting dan zo in dat de details in het wit nog zichtbaar zijn. Als het zwart daardoor iets onderbelicht is kan ik dat corrigeren.

Foto’s maken met een smartphone. Een smartphone heeft een groothoeklens en dat geeft vervorming . Ook is de kwaliteit van de foto’s vaak minder. Het is dus zeker belangrijk dat je met je telefoon bij voldoende licht foto’s maakt en de juiste afstand en instellingen kiest.
Tip: Tik met je vinger op het beeldscherm tussen de ogen van het dier. De camera meet op die plaats de belichting en stelt scherp. Zie je naast het scherpstel-vakje een zonnetje? Dan kun je door omhoog of omlaag te vegen de belichting bijstellen.


Maak foto’s met de juiste compositie

Als je foto’s maakt, bedenk dan of je het hele dier getekend wilt hebben of alleen de kop. Als je het dier helemaal getekend wil, maak dan toch wat extra foto’s van de kop.


Nog wat extra tips:

  1. Maak foto’s op ooghoogte met het dier en stel scherp op de ogen.
  2. Een kleinere hond of kat blijft vaak beter stilzitten als je hem op een tafel zet.
  3. Een assistent is handig om het dier de juiste kant op te laten kijken en/of te zorgen dat het niet steeds wegloopt.
  4. Is je dier cameraschuw? Sommige camera’s maken geluiden of hebben lampjes die voor je hond of kat onprettig zijn. Meestal kun je die uitzetten bij de instellingen.
  5. Kies voor een dier dat helemaal getekend moeten worden liever géén gras als ondergrond.
  6. Maak ruim voldoende foto’s (zelf maak ik er soms wel 100). Laat bij het kiezen foto’s afvallen tot je de drie beste en mooiste overhoudt.


De fotokwaliteit controleren

Als ik een foto beoordeel zoom ik op mijn beeldscherm in op de ogen en de neus. Alleen als ik voldoende details zie kan ik een gedetailleerde tekening maken. Controleer je foto’s zelf ook, tijdens het maken en vóór het verzenden. Als je inzoomt moet je de haren in de vacht zien en scherpe randen rond de ogen.


Foto’s mailen

  • Controleer of de foto’s scherp zijn en de bestanden groot genoeg (het minimum formaat is 1200 x 1600 pixels / 850 kB).
  • Mail de originele, onbewerkte bestanden (dus niet zelf digitaal verbeteren of vergroten).
  • Let op dat de foto’s bij het mailen niet automatisch verkleind worden.
  • Mail grote bestanden één voor één en geef bij meerdere foto’s je voorkeursfoto aan.

Foto’s versturen kan via de Contactpagina.

Heb je geen goede foto’s en lukt het niet om ze te maken? Informeer dan naar de mogelijkheid om je dier door mij te laten fotograferen.