Fototips

Fototips

 
Wat zijn goede referentiefoto’s?

De referentiefoto is de basis voor een tekening. Op een scherpe foto met een groot bestandsformaat kan ik inzoomen om meer details te zien. Daardoor wordt de tekening ook gedetailleerder. Het is dus de moeite waard om goede foto’s uit te kiezen of eventueel nieuwe foto’s te maken.

Een goede foto is niet perse het perfecte plaatje. Het belangrijkste is dat het dier zelf er goed op staat. Storende dingen kan ik aanpassen of weglaten.

Een goede foto:

  • Laat het dier zien zoals het echt is.
  • Is scherp en helder.
  • Heeft duidelijk zichtbare details (ogen, snorharen, vachtstructuur).
  • Is (buiten) gemaakt bij voldoende daglicht, zonder flits en niet in de zon.

Foto’s maken voor een tekening

 
Hieronder vind je fototips voor het maken van de juiste referentiefoto’s. Mijn model is poes Vlinder, maar alle uitleg is ook van toepassing op honden.

De belangrijkste regel: zorg voor voldoende daglicht. (geen zonlicht!)
Een foto bestaat uit licht dat op een sensor valt. Bij weinig licht heb je veel meer kans dat je foto’s onscherp en bewogen zijn, je hebt meer kans op overbelichting, donkere foto’s en ruis.


Fotografeer het dier buiten bij zacht licht

Het beste licht om foto’s te maken heb je buiten, ‘s ochtends op een licht bewolkte dag. Bij voldoende zacht licht zijn de ogen open en zie je een mooie glans in de ogen. Vermijd hard licht, dus gebruik géén flitslicht en maak geen foto’s in de zon.


Als je kat niet naar buiten mag

Door gebruik te maken van een groot raam kun je van een kat die niet naar buiten mag toch mooie foto’s maken. Doe de gordijnen helemaal open en haal planten e.d. van de vensterbank. Ga zelf naast het raam staan, niet ervoor. Laat de kat richting het raam kijken of laat iemand buiten de aandacht trekken.


Kies de juiste instellingen van je camera (dat kan ook op je telefoon!)

Kies bij camera-instellingen het grootste bestandsformaat. Kies de meeste pixels en de hoogste kwaliteit (superfine). Alleen als het bestand groot genoeg is kan het bijgesneden worden.

Kies de juiste afstand. Een goede afstand om foto’s te maken is doorgaans 1 tot 2 meter van het dier. Dichterbij zal bij een groothoeklens/telefoon vervorming geven.

De belichting kun je instellen. Als de standaard (matrix) meting onder- of overbelichting geeft kun je de instelling wijzigen in centrum- of spotmeting, zodat je de belichting kunt meten op het dier zelf. Je kunt ook kiezen voor belichtingscompensatie (+ of -). Zet altijd de flits uit!


Maak foto’s met de juiste compositie

Als je foto’s maakt, bedenk dan of je het hele dier getekend wilt hebben of alleen de kop. Als je het dier helemaal getekend wil, maak dan toch wat extra foto’s van de kop. Maak foto’s op ooghoogte met het dier en stel scherp op de ogen.


Nog wat extra tips:

  1. Een kleinere hond of kat blijft vaak beter stilzitten als je hem op een tafel zet.
  2. Een assistent is handig om het dier de juiste kant op te laten kijken en/of te zorgen dat het niet steeds wegloopt (of van de tafel springt).
  3. Roep niet de naam van het dier om aandacht te trekken, maar gebruik een snoepje of een (piep/rammel)speeltje.
  4. Kies voor een dier dat helemaal getekend moeten worden liever géén gras als ondergrond. Leg eventueel iets op de grond waarop het dier kan zitten of liggen.
  5. Als je meerdere dieren op één tekening wilt, zorg dan dat ze samen op één foto staan en/of maak losse foto’s op dezelfde hoogte en bij dezelfde lichtval.
  6. Maak veel foto’s! Laat bij het kiezen foto’s afvallen tot je de beste en mooiste overhoudt.

Lukt het je niet om goede foto’s van het dier te maken? In een aantal gevallen kan ik een foto corrigeren waardoor hij toch bruikbaar is. Van de onderbelichte foto hierboven kan ik na correctie een kleine tekening maken.

Je kunt het dier ook door mij laten fotograferen. Informeer gerust naar de mogelijkheden.