Fototips

Fototips

 
Wat zijn goede referentiefoto’s?

De voorbeeldfoto of referentiefoto is de basis die ik voor een tekening gebruik. Op een scherpe foto met een groot bestandsformaat kan ik inzoomen om meer details te zien. Daardoor wordt de tekening ook gedetailleerder. Het is dus de moeite waard om goede foto’s uit te kiezen of eventueel nieuwe foto’s te (laten) maken.

Een goede foto is niet per se het perfecte plaatje. Het belangrijkste is dat het dier zelf er goed op staat. Storende dingen kan ik aanpassen of weglaten.

Een goede foto:

  • Laat het dier zien zoals het echt is.
  • Heeft een groot bestandsformaat (jpeg/JPG, minimaal 1200 x 1800 pixels / 850 kB, maar bij voorkeur groter dan 2 MB)
  • Is scherp en helder, met duidelijk zichtbare details (ogen, snorharen, vacht).
  • Is (buiten) gemaakt bij voldoende daglicht, zonder flits en niet in de zon.

Twijfel je of je foto’s geschikt zijn? Je kunt ze altijd vrijblijvend even laten zien.


FOTO’S MAKEN VOOR EEN TEKENING

Hieronder vind je fototips voor het maken van de juiste referentiefoto’s. Mijn model is poes Vlinder, maar alle uitleg is ook van toepassing op honden.


Fotografeer het dier BUITEN bij zacht licht

De belangrijkste tip: zorg voor voldoende daglicht.
Het beste licht om foto’s te maken heb je buiten, op een licht bewolkte dag. Bij voldoende licht zijn de ogen open en zie je een mooie glans. Bij weinig licht heb je veel meer kans dat je foto’s onscherp en bewogen zijn.

Maak geen foto’s in de zon en gebruik géén flitslicht.


Kies de juiste instellingen van je camera (dat kan vaak ook op je telefoon!)

Kies bij camera-instellingen het grootste bestandsformaat.
Kies de meeste pixels en de hoogste kwaliteit (superfine). Alleen als het bestand groot genoeg is kan het bijgesneden worden.

Zet altijd de flits uit en voorkom overbelichting.
Bij je telefooncamera kun je op je beeldscherm het dier aantikken en vervolgens met omhoog/omlaag vegen de belichting bijstellen. De HDR-functie kan een redmiddel zijn bij zon/schaduw en tegenlicht. Het kan ook overbelichting van de witte delen verminderen. Op een fotocamera kun je bij de instellingen kiezen voor aangepaste belichting (centrum, spot, + of -).


Maak foto’s met de juiste compositie

De kop of het hele dier?
Als je foto’s maakt, bedenk dan of je alleen de kop getekend wilt hebben of het hele dier. Wil je het hele dier op de tekening? Maak dan toch wat extra foto’s van de kop in dezelfde houding.

Maak foto’s op ooghoogte met het dier en stel scherp op de ogen.

Kies de juiste afstand.
Een goede afstand om foto’s te maken is doorgaans 1,5 tot 2 meter van het dier. Dichterbij zal bij een groothoeklens/telefoon vervorming geven.


Als je kat niet naar buiten mag

Door gebruik te maken van een groot raam kun je van een kat die niet naar buiten mag toch mooie foto’s maken. Doe de gordijnen helemaal open en haal planten e.d. van de vensterbank. Ga zelf naast het raam staan, niet ervoor. Laat de kat richting het raam kijken of laat iemand buiten de aandacht trekken.


Nog wat extra tips:

  • Een kleinere hond of kat blijft vaak beter stilzitten als je hem op een tafel zet.
  • Een assistent is handig om het dier de juiste kant op te laten kijken en/of te zorgen dat het niet steeds wegloopt (of van de tafel springt).
  • Gebruik een snoepje of een (piep/rammel)speeltje om de aandacht te trekken.
  • Kies voor een dier dat helemaal getekend moeten worden liever géén gras als ondergrond. Leg eventueel iets op de grond waarop het dier kan zitten of liggen.
  • Als je meerdere dieren op één tekening wilt, zorg dan dat ze samen op één foto staan en/of maak losse foto’s op dezelfde hoogte en bij dezelfde lichtval.
  • Maak veel foto’s! Laat bij het kiezen foto’s afvallen tot je de beste en mooiste overhoudt.


En speciaal voor katten:

Katten vinden de geluiden/piepjes die een camera/telefoon maakt niet altijd prettig. Die geluiden zet je beter uit. De flitser zet je altijd uit!